Concepedia

Publication | Open Access

Foreign Accent Syndrome: A Neurolinguistic Analysis

30

Citations

0

References

2017

Year

Abstract

Foreign Accent Syndrome, in het Nederlands ook wel het "buitenlandsaccentsyndroom" genoemd, is een motorische spraakstoornis waardoor patiënten hun moedertaal gaan spreken met een accent dat buitenlands klinkt in de oren van luisteraars. In dit proefschrift geven we een duidelijke neurolinguïstische beschrijving van drie van de subtypes van het syndroom, namelijk neurogene FAS (die ontstaat na schade aan het centrale zenuwstelsel), FAS op ontwikkelingsbasis en psychogene FAS (FAS in associatie met een psychiatrische stoornis). Op basis van onze analyses, kwamen we tot de conclusie dat 1. de "segmentele" (op niveau van het foneem, een klank die de kleinste distinctieve entiteit vormt) en "suprasegmentele" kenmerken (het niveau boven dat van het foneem, heeft bvb. betrekking op intonatie en ritme) niet volstaan voor eenduidige diagnostische differentiatie tussen de verschillende subtypes: andere (neurologische of psychiatrische) symptomen, evenals symptoomaanvang, evolutie en remissie zijn vaak informatiever in dit opzicht. 2. er mogelijk een vierde variant van FAS bestaat! Bij ons corpusonderzoek vonden we dat FAS ook werd beschreven na kaakchirurgie. We besloten om in dit geval te spreken van een organisch-mechanische FAS. 3. de kleine hersenen (het cerebellum) een niet te onderschatten rol spelen in de pathofysiologie van de aandoening. 4. FAS een stoornis van duale aard is, die zowel kenmerken van een planningsstoornis als executieve stoornis in zich draagt. Eerder werd aangehaald dat FAS een opvallend aantal klinische overeenkomsten vertoont met de spraakapraxie (een planningsstoornis waarbij de patiënt problemen ondervindt bij het plannen van de klanken en klanksequenties) en de atactische dysartrie (een executieve stoornis waarbij de patiënt problemen heeft met het uitvoeren van de geplande sequenties via de articulatoren). Toch lijkt de spraak van mensen met voorgaande aandoeningen veel ernstiger verstoord te zijn dan in het geval van FAS. Na een vergelijking van de pathofysiologie en de perceptuele fonetische kenmerken van deze aandoeningen hebben we geconcludeerd dat de overeenkomsten in het klinisch beeld op het neurobiologisch vlak gerelateerd kunnen worden aan (functionele of structurele) schade van de zeer belangrijke cortico-thalamische-striatopallidale verbindingen en voornamelijk de motorische cortex, de insula, de basale ganglia en het cerebellum betreffen.